“En nou komt het makkelijke deel,” zei hij, zijn krijtje op het bord tikkend alsof hij probeerde een voorspellend ritme neer te zetten. Ondanks zijn nonchalante houding voelden de leerlingen onmiddellijk een verandering in de luchtstroom van het klaslokaal.
Ogen, die eerder uit het raam waren gedwaald of op de tekstboeken waren gericht, schoten meteen naar het bord. Leerlingen maakten haastige notities, alsof iedere verloren seconde een potentieel gemiste kans was om het toekomstige slagveld dat zich zou ontvouwen, het hoofd te bieden. Als de heer Jans zei dat iets ‘makkelijk’ was, betekende dat maar één ding: bereid je voor op oorlog.
De gevreesde woorden hadden in het verleden geleid tot marathonsessies van huiswerk, wekenlange nachtbraken en de dreiging van potentiële onvoldoendes. De ervaring had de studenten angstvallig voorbereid op het onvermijdelijke, en zelfs de meest brutale kinderen wisten dat dit het moment was om in te tunen.
“Het volgende concept is een beetje abstract,” vervolgde meneer Jans, het krijtje snode over het bord slepend. Studenten, normaal rustige en bedeesde tieners, veranderden in notitie nemende krijgers. Pennen schoten over papier als zwaarden in een duel, vastberaden om elk detail te vangen dat hun redding kon zijn.
De docent leek onaangedaan door de veranderende atmosfeer, en vervolgde zijn les, uitleggend, demonstrerend en af en toe lachend om zijn eigen grappen. Maar de leerlingen keken met strakke gezichten, pen in de aanslag, elk woord en elke beweging absorberend.
Terwijl de klas verder ging, werden de inspanning en intensiteit in de kamer alleen maar groter, zoals een leger dat zich klaarmaakt voor de aanval. De “makkelijke” les was allesbehalve dat en de leerlingen voelden de stress en angst toenemen.
Uiteindelijk ging de bel en de klas was voorbij. De studenten, nog half in shock, verzamelden langzaam hun spullen. Hun gezichten vertoonden een mengeling van verbijstering en vastberadenheid. Voor hen was het een dag geweest van voorbereiding op een slagveld, een strijd rond de abstracte concepten van wiskundige formules. Maar, net als elke goede soldaat, wisten ze dat ze zich moesten aanpassen, leren en vechten.
Dus terwijl ze de klaslokaal langzaam verlieten, met tassen vol aantekeningen, opdrachten en vooral vastberadenheid, wisten ze één ding zeker. Wanneer meneer Jans zei “dit is makkelijk,” waren ze klaar voor de strijd.
